Chion-in heeft in het centrum een open plein met stenen paden die de belangrijkste gebouwen met elkaar verbinden. In de indrukwekkende Miedo-hal bevindt zich het belangrijkste voorwerp van aanbidding: een beeld van priester Honen, de stichter van de Jodo-sekte. Vlakbij ligt de Amidahalle, waar een standbeeld staat van Amida Boeddha, de centrale figuur binnen de Jodo-sekte.
Priester Honen was oorspronkelijk een volgeling van de Tendai-sekte binnen het Japanse boeddhisme, die in de bergtempel Enryakuji was gevestigd. In die tijd was het boeddhisme vooral beperkt tot monniken en aristocraten, waardoor gewone mensen vaak niet konden deelnemen aan rituelen of ceremoniën. In 1175 kwam Honen in aanraking met Chinese teksten die leerden dat verlossing mogelijk was door eenvoudigweg geloof te hebben in Boeddha Amida. Kort daarna richtte hij de Jodo-sekte op.
Het kernidee van deze sekte was dat Amida een paradijs had gecreëerd waar iedereen na de dood naartoe kon, mits men zijn naam met geloof aanriep. "Jodo" betekent letterlijk "puur land" en verwijst naar dit paradijs. Zo gaf de sekte ook gewone mensen de kans op redding, iets wat voorheen voorbehouden was aan de elite. De Jodo-sekte werd zeer populair onder het volk, maar ondervond ook weerstand van de gevestigde boeddhistische orde.
Achter de Miedo leidt een pad naar de heuvel met diverse kleine gebouwen. De Seishido-hal is het oudste bouwwerk op het terrein, daterend uit 1530. Hier bevindt zich ook een mausoleum met de as van priester Honen. Verder zijn er op het terrein een enorme klok, die van de 17e tot 19e eeuw de grootste ter wereld was, enkele andere gebouwen en twee traditionele tuinen.
De Hojo-tuin ligt achter de Miedo-hal, naast het woonhuis van de priester. Deze traditionele Japanse tuin werd halverwege de 17e eeuw ontworpen door een monnik. Daarnaast ligt de Yuzen-tuin, vlakbij de Sanmon-poort, die in modernere tijden is aangelegd. Deze tuin combineert rots- en vijvertuinen en is gebouwd op een lichte helling.